Zoekveld

Cijfersoverlay.png

Verso ontsluit arbeidsmarktcijfers uit de social profit

Kenmerken werkgelegenheid

Kenmerken werkgelegenheid

Op deze pagina’s verzamelen we cijfers over de Vlaamse social profit vanuit verschillende bronnen. Om gemakkelijk zelf aan de slag te kunnen met deze cijfers, kunt u ze ook downloaden als een excelbestand. Deze cijfers worden twee keer per jaar geactualiseerd. De laatste update gebeurde in oktober 2017.

Geslacht

De term ‘medewerker’ verwijst naar alle loontrekkende werknemers die in het Vlaams Gewest wonen. Het verschil met arbeidsplaatsen is dus dat de plaats van tewerkstelling van de ‘medewerker’ niet gekend is. Hij of zij kan in Vlaanderen, Brussel, Wallonië of in het buitenland werken. Het gaat hier enkel over de loontrekkende werknemers die zijn aangegeven bij de RSZ.  Werknemers die ressorteren onder de DIBISS-gegevens worden hier buiten beschouwing gelaten.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 is 96,9% van de medewerkers een vrouw, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 48,3% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie

Leeftijd

De medewerkers kunnen worden ingedeeld volgens 3 leeftijdsklassen: jonger dan 25, 25-49 en ouder dan 49.

Bij een “geïndexeerde evolutie” nemen we een bepaald jaar als referentie (vast punt). Dit punt zetten we op 100. Daarna kijken we hoe dit verder in de tijd is geëvolueerd.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: tussen 2006 en 2016 groeide het aantal medewerkers van 50 jaar of ouder in de social profit met 155%, terwijl deze groei gemiddeld op de arbeidsmarkt slechts 54% bedroeg (driemaal trager).

PDF
Excel
Methodologie

Leeftijd (detail)

Het aantal medewerkers kan ook worden uitgedrukt naar voltijdsequivalenten (vte). Hierbij wordt uitgegaan van een telling van de arbeidsprestaties van de medewerker, gekoppeld aan het arbeidsvolume. Iemand die halftijds werkt, wordt slechts meegeteld voor de helft van een voltijdsequivalent.

De medewerkers worden hier ingedeeld volgens vijfjarige leeftijdsklassen. De ‘ratio’ geeft de verhouding weer tussen het aantal medewerkers in koppen en in voltijdsequivalenten.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 werken er bij de 55- tot 59-jarigen 190 medewerkers per 100 vte, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt slechts 134 medewerkers per 100 vte is.

PDF
Excel
Methodologie

Nationaliteit

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in 2015 heeft 3,9% van de medewerkers in de social profit niet de Belgische nationaliteit, terwijl dit op de Vlaamse arbeidsmarkt 6,8% van de medewerkers is. Het aandeel nieuwe Belgen ligt in de social profit op 7% (Vlaamse gemiddelde: 7,6%). Voor toelichting over het verschil tussen nieuwe Belgen en niet-Belgen, zie de methodologie hieronder.

PDF
Excel
Methodologie

Deeltijds

Arbeidsregime: deeltijdse medewerkers presteren gemiddeld slechts een gedeelte van de arbeidstijd van een voltijds medewerker in dezelfde vestiging (of dezelfde sector) die dezelfde arbeid uitoefent als de betrokken medewerker. De medewerker in een speciaal arbeidsregime is de medewerker die presteert als seizoensarbeider, interim-werknemer of werknemer met gelimiteerde prestaties (oproep- en dagcontracten, gelegenheidsarbeid).

Bij een “geïndexeerde evolutie” nemen we een bepaald jaar als referentie (vast punt). Dit punt zetten we op 100. Daarna kijken we hoe dit verder in de tijd is geëvolueerd.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 werkt 85,2% van de vrouwelijke medewerkers deeltijds, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 54,6% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie

Statuut

Arbeidsstatuut: aard van het arbeidsstatuut van de loontrekkende medewerker (arbeider, bedienden of ambtenaar)

Bij een “geïndexeerde evolutie” nemen we een bepaald jaar als referentie (vast punt). Dit punt zetten we op 100. Daarna kijken we hoe dit verder in de tijd is geëvolueerd.

Hoe tabellen/figuren lezen?

In PC 318 werkt 90,4% van de medewerkers in een arbeidersstatuut, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 36,2% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie